COLLOMNUS 2011, nr 1;
Gemeenschap op z’n Grieks.
Eén van de vragen waarvoor een landelijke politieke partij zich in de gemeentepolitiek gesteld ziet, is die naar de relatie is tussen de alledaagse politieke kwesties op gemeentelijk niveau en de politieke beginselen van de partij.
Plat gezegd: wat is het verband tussen losse stoeptegels - een onderwerp waarmee de gemeentepolitiek volgens cynici bij uitstek bezig houdt – en - in het geval van D66- de vijf richtingwijzers van onze partij.
De relatie tussen gemeentelijke kwesties en de richtingwijzers was het thema op een op 12 september door de van Mierlo Stichting georganiseerde bijeenkomst voor raads- en bestuursleden.
Het ooit door D66 omarmde adagium: “markt waar het kan, de overheid waar het moet” impliceert een hiërarchie in ordeningsystemen: eerst markt, dan overheid.
In de uitgave “Ordening op orde” wordt een derde ordeningsprincipe geformuleerd dat voorafgaat aan “markt”en “overheid”, namelijk: dat wat mensen op basis van hun eigen vindingrijkheid, creativiteit en kracht zelf kunnen regelen, de ware partijtijger herkent hierin natuurlijk de eerste richtingwijzer van onze partij: “vertrouw op de eigen kracht van mensen.
De hiërarchie in maatschappelijke ordening wordt daarmee:
- eerst het menselijk regelvermogen, datgene wat mensen zelf kunnen regelen,
- pas dan de markt, de “onzichtbare hand ” , en
- pas in laatste instantie: de overheid (de bureaucratie) indien mensen er onderling niet uitkomen en de markt zodanige imperfecties vertoond dat onrecht evident is:
In de Griekse oudheid was het vermogen van mensen om voor zichzelf en voor elkaar zorg te dragen het gangbare ordeningsprincipe. Gemeenschappen van 200 – 300 mensen gevormd door een paar verwante families met de daarbij behorende slaven die op basis van wat wij nu schenkingen en gunning zouden noemen met elkaar samenleefden. Let op: niet op basis van ruil. Ruil verwijst naar “markt” als ordeningsprincipe en vereist een notie van “eigendom” (als product van arbeid).
Deze notitie ontstond pas veel later. Deze Griekse leefgemeenschappen zijn door Aristoteles aangeduid als de “Oikos” - huishouding in het Grieks- en de oorsprong van ons woord “economie”.
Tot in de negentiende eeuw hebben zich in Nederland vormen van “Oikos”- achtige leefgemeenschappen gehandhaafd. Sterker nog: het begrip “gemeente” is afgeleid van “meenten” c.q. “de meent”: gronden die door veelal agrarische huishoudens van generatie op generatie gemeenschappelijk werden beheerd en geëxploiteerd
Het wisselende primaat van de ordeningsprincipes “markt”en “overheid” is bekend: 19e eeuw: kapitalisme (markt), 20e eeuw: socialisme / welvaartstaat (overheid), eind 20 e eeuw en begin 21e eeuw neoliberalisme (markt).
Zowel “overheid” als “markt” als ordeningsprincipes hebben tot “graaicultuur-achtige” excessen geleid. In de periode van het primaat van overheid (de welvaartstaat) “graaien” door uitkering- en subsidiefraudes; in de periode van het primaat van markt (neoliberalisme) “graaien” door list en bedrog bij zogenaamde “hedgefondsen” en het bank- en verzekeringswezen.
De vraag rijst of het menselijke regelvermogen
- het vertrouwen op de eigen kracht van mensen”
- een werkbaar alternatief kan zijn voor de zo nadrukkelijk falende “markt”en “overheid” en
- als dat al het geval zou zijn- hoe een dergelijke abstractie vertaald kan worden naar het niveau van gemeentepolitiek.
Op de hierboven genoemde bijeenkomst op 12 september werd desgevraagd door ons wakkere raadslid Bart als voorbeeld van imperfecte overheidsordening (bureaucratie) de leegstand van “gemeenschapshuizen” in Boxtel genoemd.
Overheidsordening (subsidiering) slaagt er niet in de gemeenschapshuizen in Boxtel (de Rots, de Walnoot, Ursula complex en diverse dorpshuizen) efficiënt te benutten. Gevolg: lage bezettingsgraad tegen hoge (gesubsidieerde) kosten.
De sociaal liberale D66 doctrine zou in dat geval voorschrijven de exploitatie van de gemeenschapshuizen over te laten aan “de markt”: met andere woorden -voor zover eigendom van de gemeente- verkopen of verpachten aan commerciële organisaties om daar “hun ding” in te doen, aldus de cursusleider.
Op de vraag of dat ook zou gelden in een situatie waarin de commerciële activiteit zou bestaan uit het exploiteren van een bordeel, bleef het enige tijd stil.
Na overdenking van deze nieuwe perceptie van het begrip “gemeenschapshuis” bij de deelnemers aan de bijeenkomst, was het antwoord bevestigend: ook als dat de vestiging van een bordeel tot gevolg heeft, onder voorwaarde uiteraard dat de wetten van het Koninkrijk der Nederlanden in het algemeen en de verordeningen van de gemeente Boxtel in het bijzonder worden gehandhaafd.
Hierin lijkt de ijzeren logica van de omgekeerde stelling te zitten: “markt waar het kan, overheid waar het moet” = “markt moet, als overheid het niet kan”.
Een dergelijke redenering gaat voorbij aan het primaat van de richtingwijzers -het fundament - van D66: eerst en in alle gevallen dient in een situatie van imperfecte overheid of markt onderzocht te worden of en zo ja op welke wijze “het vertrouwen op eigen kracht van mensen” een efficiënter ordeningsprincipe is.
Wat zou er gebeuren als aan de gebruikers van de gemeenschapshuizen zou worden gevraagd een oplossing te bedenken voor de leegstand?
Ik ben ervan overtuigd dat zich een keur aan creatieve oplossingen zal aandienen, zelf het voorstel om één van de gemeenschapshuizen de letterlijke bestemming toe te kennen en als bordeel te exploiteren om met de opbrengst daarvan de leegstand te financieren. Het resultaat is gelijk, maar in het laatste geval is het achterliggende ordeningsprincipe veel meer D66 dan in het eerste.
Dat “eigen kracht van mensen” kan falen als ordeningsprincipe lijkt zich te bewijzen op het internationale podium waarop een zorgvuldig opgebouwde internationale gemeenschap dreigt ten onder te gaan in een Grieks drama dat zich voor onze ogen voltrek?.
Welke richtingwijzer prevaleert?
• “Vertrouwen op de eigen kracht van mensen” (Grieks referendum) of
• “Denk en handel internationaal” (Europees akkoord)
. Uitgerekend in het land waarin de economie van de kleine gemeenschap – de “Oikos”- zijn oorsprong vindt, dreigt de economie van de internationale gemeenschap - “Europa”` - haar einde te vinden.
In de Griekse mythologie is Europa een door de Griekse oppergod Zeus geschaakte koningsdochter:
“En eer Europa begreep wat er met haar gebeurde was hij (de als stier vermomde Zeus NW) in zee gesprongen om met zijn buit weg te zwemmen. Het meisje hield zich met haar rechterhand aan een horen vast en steunde met haar linker op zijn rug. De wind blies haar kleren op als een zeil. Ze keek angstig achterom naar het land en riep tevergeefs naar haar speelgenoten. Het water golfde rond de stier en om niet nat te worden trok ze angstig haar voeten in” .
Nus Waleson
Voorzitter D66 afdeling Boxtel
- Witteloostuijn a., Sanders M., Hedriks, C “Ordening op orde”, sociaal liberale grensverkenning , april 2011,
- An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations, Adam Smith, 1776
- eerste gemeentewet: 1851
- http://www.beleven.org/verhaal/de_mythe_van_europa:
Reacties
Meer nieuws
- Vragen aan de Gemeenteraad over 'De kleine Aarde' 5-4-2012
- Collumnus : All-in the Family. 28-2-2012
- Drukte op het spoor 14-2-2012
- Vragen over vrachtwagenverbod 14-1-2012
- Wij wensen Boxtel een voorspoedig 2018! 1-1-2012
- Columnus 3 "Listen, don`t TALK" 30-12-2011
- Columnus 2 "Meijerse vrouwen" 30-11-2011
- Boxtel blijft duurzaam onkruid bestrijden 6-11-2011
- COLLOMNUS 2011, nr 1; 2-11-2011
- Vergunning proefboring vernietigd 26-10-2011











word lid